Begrippen, termen en namen met * zijn toegelicht in ‘Van Anima tot Zeus’.
Ieder symbool kan met ieder ander
symbool worden verwisseld.
Ieder symbool jongt tien andere symbolen.
S. Vestdijk
Ferdinand de Saussure. 18957-1913, een Zwitsers taalgeleerde die van 1881 tot 1891 hoogleraar was aan de Ecole des Hautes Etudes te Parijs stelt dat een woord meerdere betekenissen kan dragen. De woorddrager noemde hij signifiant en de betekenis noemde hij signifié. Als voorbeeld kan dienen het woord leven. Dit kan de betekenissen dragen: biografie, lawaai, prostitutie, het getrappel van een embryo in de baarmoeder en de toestand die het contrast vormt met de dood. Zoals dit met woorden het geval is, is dit ook zo met symbolen. Deze kunnen meer dan één betekenis dragen.
Een enkelvoudig symbool bezit in het verband van een mythe of van een droom zelden een éénduidige, vastgelegde betekenis. Geen enkel droomsymbool kan daarom bij eerste kennismaking direct worden begrepen. Het is niet verstandig om in kant en klaar aangeboden handleidingen voor droominterpretaties te vertrouwen, al kunnen zij U wel ideeën aan de hand doen. Het is de context van het verhaal waarin het symbool voorkomt, die een weg naar de meest waarschijnlijke betekenis kan aanreiken.
Dit betoog gaat over het dragen van een aantal betekenissen van een symbool uiteraard in uiteenlopende contexten. Voorbeelden van meervoudige betekenis van symbolen. De keuze is gevallen op de symbolen:
1. sleutel,
2. voet,
3. slang,
4. boom.
1. De sleutel
Als eerste voorbeeld voor een meervoudige betekenis kan dienen het symbool sleutel, een middel om tot iets door te dringen. Deze kan o.m. een sexueel symbool zijn, maar kan ook de betekenis hebben van het openen van de deur naar de hoop. De Romeinse god Janus opende met zijn sleutel de deur naar het uitspansel om de dauw over de velden te laten uitvloeien. Over het openen van de deur naar verborgen gehouden kennis vertelt het sprookje van Blauwbaard. De paus stelt dat hij als opvolger van de discipel Petrus de sleutelmacht tot de hemel in beheer heeft, vertelt de rooms-katholieke mythe. Niemand kon volgens de kerkleer tot God komen dan door de kerk. In het wapen van Vaticaanstad zijn, ter voorkoming van misverstand, de sleutels van hel en hemel in zilver uitgevoerd en in het wapen weergegeven. Een engel uit de hemel zal voor het eind der tijden de duivel in een afgrond storten en daar opsluiten. (Openbaring van Johannes 20:1). De Griekse godin Perséphone heeft de sleutel tot de onderwereld in beheer waar de Griekse doden als schimmen verkeren. De schatbewaarder van elk rijk heeft de sleutel van de al dan niet gevulde Rijksschatkist in bezit. De Spaanse koning Fernando III veroverde in 1236 de stad Córdoba op de Moren en werd daarna afgebeeld met een sleutel in zijn handen als teken van zijn nieuw verworven macht over deze stad.
2. De voet
De voet is het tweede symbool. Het menselijk lichaam is in vele antieke culturen eeuwenlang uitsluitend symbolisch beschouwd. Vanuit het lichaam als symbool ontwerpt en verwerkt de mens zijn wereld. Er is voor de symbolisch denkende mens nauwelijks een probleem, waarbij zijn lichaam niet is betrokken. Er is een keus gemaakt uit de beschikbare stof en aspecten van het menselijk lichaam. Er wordt hier nader ingegaan op: de voet als symbool.
2.1 De voet als symbool van het in bezit nemen.
Zijn voet op iets zetten betekent aanspraak maken op de eigendomsrechten ervan. In culturen die geen kadaster kennen, een instituut dat de bezitters van land en goederen registreert wordt het bezit bewaakt door het staan of zitten daarop. Dit gaat gepaard met een jaloers en wantrouwig bewaken van het bezit tegen de aanspraken van anderen. De omgang rondom een akker is de gang van de eigenaar, die met zijn ogen zijn bezit meet en de ruimte die men voor zichzelf of gemeenschap reserveert, duidelijk afbakent. Het is het omspannen van het verworven deel van de ruimte met de eigen aanwezigheid. De nieuwe eigenaar doordringt een stuk van de ruimte met zijn persoonlijke aanwezigheid. Het bezit, de eigendom wordt zo symbolisch uitgelegd met de consolidatie van het aanwezigheidsveld. Van de hindoegod Vishnoe in de incarnatiegedaante (avatar*) van de dwerg Varaha wordt verteld dat hij met drie schreden de afstand van de aarde, de lucht tot in de hemelruimte doorschrijdt en deze kosmos daardoor tot zijn bezit maakt. Hij genoot van het verworvene en onderhoudt dit voor de mensheid. Mattheus 5:35 beschrijft dat de aarde de voetbank van God is. Abraham krijgt in Genesis 13:17 van zijn God de opdracht: ‘Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want zal ik het u geven.’ In het bijbelboek Jozua 1:2 en 3 staat dat Jahweh bij het veroveren van Kanaän tegen de aanvoerder Jozua zei: ‘Maak u gereed, trek over de Jordaan, gij en dit gehele volk naar het land dat Ik aan uw volk zal geven. Elke plaats die uw voetzool zal betreden, geef ik ulieden, zoals ik tot Mozes heb gesproken.’
2.2 De voet als symbool van macht
De voet komt ook voor als symbool van macht, recht en onderwerping. In het voorbeeld van Jozua is er sprake van het verwerven van grond in eigendom voor landbouw ten behoeve van de twaalf stammen van het volk Israël, maar tevens van een bedoeling om een staat tot stand te brengen die macht zal voeren over het gehele volk van alle twaalf stammen. Deze staat in wording ziet het te veroveren land als machtsgebied. Er zal een feodaal koning komen die zal heersen over het nieuwe land.
De Romeinse overwinnaar die de wereld onder de voet heeft gelopen, zet met een agressief gebaar zijn voet op de nek van de overwonnene. Hierdoor ontstaat tussen beiden behalve de verhouding van bezitter en bezit ook die van meester en slaaf in een hiërarchische verhouding. De Griekse schrijver en filosoof Plutarchus, ca. 46 na Chr. tot 120 na Chr. herinnert er zijn landgenoten aan ‘dat de laarzen van de Romeinse heerser en onderdrukker boven hun hoofden zweven. Als ware het gereed om op hun hoofden neer te ploffen.’
De voet van de meester heeft de macht de slaaf te verpletteren. De slaaf is een tot middel geworden mens die veel comfort voor de meester tot stand kan brengen. Hij slaaft en draaft voor zijn heer. De meester schuift de slaaf tussen zichzelf en de praktische dingen in. De slaaf vervangt de voet van de meester, die zich graag met de draagstoel laat verplaatsen. Voorname Romeinen lieten zich graag op een draagstoel vervoeren omdat men voor zijn krachten een ‘hogere’ bestemming had gekozen, men wilde boven de aarde verheven zijn en zijn voeten niet bezoedelen aan het ongelijke plaveisel van de straten. Voornaamheid gaat gepaard met rust en vermijdt transpiratie. Adel arbeidt lang niet altijd. De voeten van de slaaf, die ook wel mensenvoeter werd genoemd en altijd barrevoets ging, is gebonden aan de willekeur van de meester en verzorgt zowel de mobiliteit als het comfort van zijn meester.
Een andersoortige betekenis van een asymmetrische relatie ligt in de uitdrukking:’aan de voeten van de meester zitten.’ De houding drukt eerbied uit en verlangen naar kennis. De meester opent in zijn betoog voor de luisteraar visies en inzichten die zijn bewustzijn, zijn geestelijke wereld zullen verruimen.
2.3 De voet als beweger
Hoezeer men het leven als een beweging ervaart blijkt wel uit het symbool van de levensweg. Het leven is een weg ‘ergens heen’, die betreden wordt door de individuele mens op eigen kracht en op eigen kompas. Rechtlijnigheid wordt door de goddelijke wetten aangeraden evenals rechtzinnigheid en rechtvaardigheid. ‘Van alle slinkse paden die leiden van dit doel weg, houd ik mijn voeten af, zegt de psalmdichter (101 en118).
De voet is het instrument van beweging, van dynamiek. Zonder voeten kan men niet lopen. De voet is op de eerste plaats het orgaan waarmee men loopt en pas daarna de basis waarop men staat. De profeet Jesaja, 59:1- 9 schrijft zijn onbekeerde volksgenoten zeer veel kwade eigenschappen toe. Eén ervan is :’hun voeten snellen naar het kwade en haasten zich om on-schuldig bloed te vergieten.’ Het klinkt alsof de voeten zelfstandig beslissen waarheen zij gaan en niet de persoon. De meester loopt met de voeten van de slaaf, zijn loopjongen.
Het schrijden is een plechtig of feestelijk rechtop en zelfbewust lopen, als het ware een kalm lopen dat wordt geïnspireerd door de vreugde om het kunnen lopen. Koningen, bruiden en processies schrijden. Het gezamenlijk, waardig voortschrijden wordt waargenomen bij processies, een plechtige kerkelijke omgang van priesters en gelovigen buiten het kerkgebouw. Er worden in de optocht gewijde en heilige voorwerpen en beelden meegedragen.
De Romeinse keizer Trajanus, 53-117 na Chr. schreed, toen hij keizer werd in 98, op eigen voeten Rome binnen. Zijn voorganger werd als keizer de stad binnengedragen op de schouders van mensen. Trajanus kwam als een gelijke en weigerde de serviele voetkus.
2.4 De voet met de magische schoen
Een goede schoen verlicht de beweging en maakt de beweging gemakkelijker. De magische schoen doet dat in extreme mate. Deze schoen die zijn drager draagt, komt in allerlei mythen en sprookjes voor.

Hermes is de listigste, sluwste en meest mensvriendelijke god van de Olympos. Hij beschermt dieven en bedriegers en als weidegod de weiden. Hij is de snelle bode van de goden. Het beeld is van de hand van de Vlaamse beeldhouwer Giovanni da Bologna, 1524-1608, die voornamelijk in Italie werkte.
Hermes, de Griekse god van reizigers en wegen had gouden gevleugelde sandalen. Hij is de snelle bode van de goden en begeleidt de schimmen van de overledenen naar de onderwereld. Hij wordt afgebeeld als een druk doende jongeman met vleugels aan helm en schoenen, die zijn enorme dynamiek tot uiting brengen. Zijn magische schoenen doen hem van de aarde ontstijgen en dragen hem in een oogwenk over zeeën en landen. Zij brengen zijn voeten uit de sfeer van de aarde in die van de vrijheid en de lucht. Er is ontheffing van de zwaartekracht en traagheid. Verwant met Hermes gevleugeld schoeisel zijn de zevenmijlslaarzen van Klein Duimpje.
2.5 De godenvoeten die overvloed brengen
Door hun voorbij schrijden over de velden en door het contact van hun voeten met de aarde doen de goden en helden de gewassen rijker gedijen. De oud-Scandinavische god Njörd was heerser over de vruchtbaarheid, over de zee, wind en vuur. Zijn zoon Freyr heerste over regen, zonneschijn en vruchtbaarheid en zijn dochter Freya, ook bekend als Frigg, was godin van liefde en vruchtbaarheid. Deze goden waren bij het passeren door het woongebied van de stam schenkers van overvloed, van weelde en heil voor mens, vee en akker. Zij schonken een volheid van levensbezit waarin ook gezondheid werd begrepen.
Bekend is de voorstelling van keizer en koningen die als vertegenwoordigers van de goden, door handoplegging als door een wonder zieken konden genezen. Zoals onlangs de president van Zambia op TV werd getoond die bezig was patiënten door handoplegging te genezen van hiv positiviteit en van aids.
2.6 De voet als tastzintuig, als voelhoren
Het leven is een weg ‘ergens heen’ die door de voeten wordt betreden. De voet betreedt de levensweg niet zonder aarzelen. De als regel ongebaande weg is immers vol van gevaren.

De gevaarlijke levensweg wordt afgebeeld in een extreme vorm.
Voorzichtig en behoedzaam betast de voet, al proberend en lettend op de weg, het gevaarlijke pad af. ‘Voetje voor voetje’ zegt de Nederlandse uitdrukking. Met het verkleinwoord wordt de kwetsbaarheid en gevoeligheid van dit proberen uitgedrukt. Gekwetst worden aan de voet betekent belemmerd worden in zijn bewegingen en dus in zijn leven. Een wond aan de voet ontkracht de sterkste man. Uit de Odyssee is bekend de hiel van Achilles, die optrok in de strijd om Troje. Zijn moeder wilde haar zoon onsterfelijk maken door hem te dompelen in het water van de Styx, een grensrivier tussen wereld en onderwereld. Zij hield hem daarbij aan de hiel vast, die daardoor droog bleef waardoor dit een kwetsbare plaats bleef. Hij stierf na vele overwinningen door een pijl in zijn hiel. Deze werd afgeschoten door Paris, de schaker van Helena, waarmee de oorlog om Troje begon volgens de Ilias.
Men moet al lopend ‘bij zijn voeten’ zijn. Van de Griekse wijsgeer en wiskundige Thales van Milete, 624-545 v. Chr. gaat het volgende verhaal. Toen hij eens naar buiten liep om de sterrenhemel te bekijken, viel hij door zijn aandacht voor de sterrenhemel in een kuil. Een oude vrouw, die hem vergezelde beantwoordde zijn gejammer met de spottende opmerking :’Maar Thales, als gij zelfs niet kunt onderscheiden wat zo vlak voor de voeten ligt, hoe meent ge dan de hemelverschijnselen te kunnen kennen. ‘Een Duits spreekwoord stelt ‘Ein guter Fusz ist ein gutes Auge.’ De voet tast langzaam en voorzichtig de levensweg af of daar niets is, dat hem mocht bedreigen. De weg bedreigt de voet. Onder de gevaren die de voet bedreigen zijn oneffenheden, kuilen, loszittende of vallende steenbrokken, ongedierte, voetangels en strikken. De loerende struikrovers laten wij nog buiten beschouwing. Eén van de gevaren is de slang, die een symbool is van de duisternis en het verborgene. Deze kan, onopgemerkt door de loper, hem bedreigen door in zijn voet te bijten.
3. De slang
De slang is het derde symbool. De slang is een ambivalent symbool, een drager van goede en slechte betekenissen.
3.1 De slang kan als symbool zowel de krachten van het instinkt uitdrukken als ook hoge uitingen van de menselijke geest. Het instinct ziet de slang als een rondtrekkend spijsverteringskanaal, dat zich bezig houdt met de oerfunctie van het leven te weten: eten. Als de beide polen, instinct en spiritualiteit, gelijktijdig worden uitgedrukt wordt dat uitgebeeld in een gevleugelde slang. In India is zelfs de meest giftige slang, de cobra, een heilig dier. De slang symboliseert daar de levenskracht.
3.2 In de Germaanse mythen wordt verhaald over de Midgaardslang. Midgaard is de middenwereld van Yggdrasil, de wereldboom waar de mensen wonen. Het wereldbeeld van de Germanen werd uitgebeeld als een boom, de es Yggdrasil.

Yggdrasil is de Germaanse afbeelding van het kosmisch centrum. Het is een wereldgrote Es waarvan de kruin, Asgard geheten, de woonplaats van de goden is. Vanaf Asgard druppelt een goudgeel vocht op de Midgaard. Dit is de dauw. Midgaard is de woonplaats van de mensen dat omgrensd wordt door de slang Jormundgand. De beide werelden zijn verbonden door de regenboog. Drie bronnen in de onderwereld voeden Yggdrasil. Het zijn resp. de bron van alle leven, de bron van de schikgodinen, de wijsheidsbron die door de reus Mimir wordt bewaakt.
De Midgaard werd omkronkeld door de grote wereldzee, die werd uitgebeeld als een groot monster in slangengedaante. De slang wordt gezien als een dreigende aardgeest die als hij van toorn zwelt, zich manifesteert als een bulderende zee. In het wereldbeeld van de Germanen wordt de kosmische wereld van de goden door een slang gescheiden van de woonwereld van de mensen.
3.3 In de Griekse religie wordt de slang aangezien als de ziel van gestorven helden, De slang wordt afgebeeld komend uit het hoofd van de gestorvene. Op grafmonumenten worden slangen vaak afgebeeld tesamen met een ei als symbool van wedergeboorte.
Kekrops was in de Oud-Griekse sage de stamvader van het schiereiland waarop later Athene kwam te liggen. Hij was de eerste koning van Athene en stichter van de Akropolis, de verhoogde burcht van Athene waarop later de tempel van Pallas Athena, het Parthenon werd gebouwd. Hij heeft de functie van genius loci, de plaatselijke cultuurheld die de ontwikkeling van de plaatselijke cultuur beschermt en begeleidt. Hij wordt afgebeeld als een baardige man wiens onderlijf uitloopt in een slang, een aardesymbool, ten bewijze dat hij uit het land is ontsproten en zich daarmee één voelt. Men wijst zijn graf aan op de Akropolis te Athene.

3.4 De slang als genezende kracht. Asklepios, de Griekse god van de geneeskunde werd bekend door zijn inrichtingen voor de behandeling van de incubatieslaap te Epidauros, omstreeks het einde van de zesde eeuw v. Chr. De God van de genezing Asklepios had in Epidaurus, Pergamum, Athene en elders templesanatoria waarin patienten een of meer nachten konden slapen. Deze incubatieslaap leidde tot dromen waarin de god verscheen en direct heelde of een behandeling aanraadde. De god staat afgebeeld met een staf omkrinkeld door een slang. In de sanatoria kropen genezing brengende slangen over de vloer van de slaapvertrekken. Asklepios wordt afgebeeld met een staf waaromheen een slang kronkelt, een symbool van heil en genezing.
Een ander voorbeeld van de slang als genezer wordt beschreven in Numeri 21. Het volk Israël murmureerde tegen God en Mozes over het slechte eten in de woestijn. Zij waren liever bij de vetpotten van Egypte gebleven. God strafte hen met het sturen van vurige (giftige) slangen die veel slachtoffers maakten. Mozes bad om beëindiging van de straf. Hij maakte op goddelijke instructie een koperen slang en plaatste deze op een staak. Iedereen, die door een slang was gebeten en de blik richtte op de koperen slang bleef in leven.
3.5 Melampos was een beroemd ziener in Pylos, Griekenland. Hij liet zich door de bewegingen van zijn slangen inspireren bij zijn voorspellingen en raadgevingen. De slang was zijn orakeldier. Doordat slangen hem gelikt hadden terwijl hij sliep, kon hij ook de stemmen van vogels verstaan en daarmee de toekomst voorspellen.
3.6 De slang kan het negatieve aspect van de moeder symboliseren. Hékate was oorspronkelijk de godin van de onderwereld. Zij heerst over de zielen van hen die niet werden begraven en van hen die waren vermoord of vóór hun tijd waren gestorven. Dit brengt haar, samen met haar huilende hon-den, tot het uitvoeren van nachtelijke zwerftochten langs graven en door de lucht. Zij was een doodsgodin en werd sinds de vijfde eeuw v.Chr. vooral vereerd als de godin van hekserij en toverkunst. Zij hielp heksen bij het bereiden van hun gifkruid. De slang behoorde samen met haar gesel tot haar favoriete attribuut of onderscheidingsteken.
3.7 Echidna was in de Griekse mythologie een monsterachtig wezen, een nimf, half vrouw en vanaf de heupen half slang. Zij woonde in een hol, verouderde niet en verspreidde vrees in haar omgeving zodat zelfs de go-den haar meden. Zij was de Griekse moeder van alle helse gruwelen en baarde een tiental monsters waaronder de woeste hellehond Kerberos en de Lernaïsche Hydra, een waterslang met negen koppen. Dit laatste monster werd door de held Herakles verslagen.
3.8 De joods-Griekse wijsgeer Philo van Alexandrië, 25 .v.Chr. tot 45 na Chr., zag in de slang het meest geestrijke dier, dat men zich kon voorstellen. Zij was zo snel als het pneuma, de hogere zielekracht in de mens, terwijl de slang handen noch voeten heeft. Zij leeft lang en vernieuwt zichzelf steeds met een andere huid. Deze visie kan symbolisch worden uitgedrukt door het beeld van een ei omkronkeld door een slang.

Een slang om een ei gekronkeld. Het ei is een symbool van het oerbegin waaruit het nieuwe leven ontstaat. De daadwerkelijke scheppingskracht is in het ei aanwezig. Het geheim van het leven ligt verborgen in de door de schaal omsloten eenheid. De slang om het ei is een symbool van de circulaire tijd, die de dynamiek van de ontwikkeling uitdrukt. De slang verwijst naar de god van de tijd, Kronos of Aion, die het ei heeft geschapen.
3.9 In de middeleeuwse en ook latere christelijke voorstelling van de hel wordt de slang uitgebeeld als hellebeul met als taak het wurgen van verdoemde zondaren.
4. De boom
De boom is het vierde voorbeeld van meervoudige betekenissen van symbolen.
4.1 De boom als symbool van het zich voortzettende leven: de levensboom. Altijd groene bomen staan voor een door de goden gewild lang leven. De bomen leven langer dan de mens. Dat kan bij sommige bomen enige eeuwen belopen. De boom suggereert aan de mens de hoop dat hij lang zou kunnen blijven leven.

Tientallen eeuwen echter was de gemiddelde levensverwachting bij de geboorte van de mens beperkt gebleven tot ca. 35 – 40 jaar. Men stelt zich op vele plaatsen op aarde voor dat de zielen van overledenen huizen in de bomen van hun dorp. Men kent de levensboom van de paradijsgeschiedenis in Genesis 2 : 9. Het eten van de vruchten van de boom des levens zou ziekten en gebreken van de ouderdom afweren en de mens in eeuwigheid doen leven. De mens werd echter al vroeg vóór hij van de boom had gegeten, uit het paradijs verdreven. In de Bijbel komt de levensboom verder niet voor.
De Sumerische vegetatiegod Tammoez werd in de gestalte van een levensboom vereerd.
4.2 Een geheel andere betekenis draagt de boom in het kader van de analytische psychologie. Daar is de boom het symbool van het proces van individuatie d.w.z van het lichamelijk en psychisch uitgroeien vanuit een klein zaadbeginsel dat rijk is aan kiemen, aan potentiële ontplooiingskrachten, tot een in de ruimte staande boom met een volle kruin en een rijkdom aan takken, die aangeven met hoeveel succes de ontplooiing van de aanwezige talenten heeft plaats gevonden. Het zaadbeginsel is uitgelopen tot aan de grenzen van zijn potentie. De boom kan de kracht van de storm en de koude van de winter doorstaan.
4.3 De boom werd ook gezien als wereldas, die de onderwereld, aarde en hemel met elkaar verbond. De platte aardschijf kende als middelpunt een wereldboom die gericht stond op de poolster, de vaste niet bewegende ster aan de hemel. De zon, sterren en de planeten draaiden om de aardschijf heen totdat Copernicus in 1543 aantoonde dat het geocentrisch wereldbeeld (de aarde als centrum van het heelal) onjuist was. De wereldas werd beschouwd als een denkbeeldige pijler van het hemelgewelf. Dat verwijst naar een hecht samengevoegd universum.
In sjamanistische culturen wordt de wereldas gezien als de verbindingsweg waarlangs de sjamaan de hogere delen van het wereldbouwwerk en de woonplaats van de goden kan bereiken en daar met de goden en demonen kan communiceren.
De stam van de Saksen vereerde een grote boomstam op een heuvel als wereldas en noemde deze Irminsoel. Karel de Grote liet deze zuil tijdens de kersteningsactie in 772 door zijn soldaten vernielen.
Monument in de Deense stad Fredericia.

Op het grote plein van de stad Fredericia in Denemarken staat een monument van de hand van de Poolse beeldhouwer Jonathan Borofsky. Men ziet mensen langs de wereldas lopen op weg naar de bovenwereld. Het beeld toont de wereldas, die de drie wereldniveaus van het Universum verbindt te weten de Onderwereld, de Mensenwereld en de denkbeeldige Bovenwereld.
Bij de Aboriginal stam de Alpicha beklom hun sjamaan een paal om contact te zoeken met hun schepper het opperwezen Numbakula in de bovenwereld. Hun religieuze voorstelling ging er van uit dat de god Numbakula op aarde had vertoefd en later naar zijn rijk was opgevaren. De wereld van de goden begon al direct boven de boomtoppen. De god was langs de paal die zij met zich mee droegen, naar de hemel gestegen. Hun communicatie met Numbakula verloopt langs deze paal en daarom is deze paal van groot belang voor hun voortbestaan. Er wordt verteld dat de paal eens brak en dat de hele stam ophield door de woestijn te trekken en op de grond ging liggen om te sterven. De as van hun wereld was gebroken en de communicatie met de heilige bovenwereld was gestopt. Door het ingrijpen van de sjamaan is dit contact later weer hersteld.

Een artistieke weergave van de wereldas of hemelzuil is ontworpen door de in Parijs werkende Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi. 1876-1957. Hij noemde dit werk de ‘Oneindige Zuil’, ook wel hemelzuil. Hij wilde ‘terug naar de oorsprong’. ‘Ik heb mijn hele leven naar de essentie van de vlucht gezocht, van het vliegen’ zei hij in een gesprek. ‘Het symboliseert de ontstijging en transcendentie (overstijging) van de menselijke staat. Vlucht betekent het ontsnappen aan de zwaartekracht en het plaatsgrijpen van een wezenlijke verandering in het menselijk wezen. De hemelzuil zet aan tot een spirituele vernieuwing. De hemelzuil is een symbool uit de Roemeense folklore dat de kerstening heeft overleefd en in kerstliederen is opgenomen.
4.4 In de Griekse mythe over Adonis wordt verteld dat hij als een mooie, welgevormde zoon uit een mirteboom werd geboren. Hij was door incest verwekt uit Myrrha, een Cyprische prinses en haar vader de koning van het eiland, koning Kinyras. Het verhaal ging dat de koning van Cyprus Myrrha bevrucht had tijdens een diepe slaap. De godin Afroditè was zo verbolgen over deze daad dat zij Myrrha veranderde in een mirteboom. Zij baarde als boom zo Adonis die door de zorg van bosnimfen werd grootgebracht. De verwekker pleegde vlak na de geboorte van zijn zoon zelfmoord. De mooie, krachtige jongeling Adonis wordt begeerd zowel door Persephonè, de godin van de onderwereld en door Aphroditè. Hij verblijft op advies van Zeus een deel van het jaar bij de ene godin en een ander deel van het jaar bij de andere godin.

4.5 In de Germaanse voorstelling van de schepping van het eerste Germaanse mensenpaar worden zowel Askr de eerste man, als Embla de eerste vrouw uit bomen geschapen respectievelijk uit een es en een els. Dit gebeurde door de goden Wodan, Hoenir en Loki. Dit proces van wording van Embla wordt op de tekening in zeven fasen uitgebeeld. Uit het vegetatieve leven van een vastgewortelde boom ontwikkelt zich geleidelijk een vrouwelijke gestalte.

Literatuur:
-
Dr C.W.M. Verhoeven Symboliek van de voet. Assen.1957
-
R. Cook. De Levensboom. Symbool van het middelpunt.
-
De Haan Bussum 1974.
-
J. Brosse. Mythologie der Bäume. WalterVerlag. 1994
-
M-L von Franz. Träume. Daimon. Zürich. 1985.
