Symbolen in de alchemie

Begrippen, termen en namen met een * zijn toegelicht in ‘Van Anima tot Zeus.’

Deel I

Inleiding

De uitdrukking van esoterische* kennis, d.w.z. kennis alleen voor ingewijden bestemd, betekent dat de alchemisten onderling hun informatie schriftelijk uitwisselden in een symbolische geheimtaal. Er werd geen gebruik gemaakt van een zo concreet en helder mogelijk beschrijvende taal met scherp onderscheidende begrippen met een vaste inhoud. Men beschouwde de alchemie als een geheime kunst en leer, waarvan de resultaten verborgen dienden te blijven en slechts voorbehouden waren aan ingewijden. Men verborg de kennis zinnebeeldig onder een sluier van geheimzinnige symbolen*, metaforen* en allegorieën*. Ook werd het anagram* wel toegepast. Een woord waarin de letters of fonemen in een omgekeerde volgorde zijn geplaatst of willekeurig zijn gehergroepeerd. De schrijver ging ervan uit dat de boodschap verzonken lag in de tekst en zich pas na grondige studie openbaarde aan de lezer. Men gebruikte vaak mythische* verhalen afkomstig vooral uit de Egyptische, Griekse en Bijbelse mythologieën. Met een dergelijke werkwijze kon geen consistent samenhangend geheel tot stand komen. Alchemistische kennis en vaardigheden werden in de leersituatie van meester tot leerling en onderling tussen de leden van de regionale broederschappen ook wel mondeling overgedragen en besproken.

In de schriftelijke vastlegging komt tot uiting dat de onafhankelijk van elkaar werkende alchemisten er uiteenlopende visies en interpretaties van de waargenomen verschijnselen op na hielden.

Jung en de alchemie

Jung heeft ruim tweehonderd alchemistische werken in zijn studie gedurende 1928-1944 betrokken. In zijn ‘Herinneringen, Dromen en Gedachten’ schreef hij: ‘Ik stootte op de historische tegenhanger van de psychologie van het onbewuste. De mogelijkheid van een vergelijking met alchemie en de ononderbroken intellectuele keten teruggaand tot de gnostiek, gaf werkelijkheid aan mijn psychologie’.

Omschrijving van alchemie

Aniela Jaffé* schreef in 1968 in de inleiding van de catalogus van de Paul en Mary Mellon collectie over Jungs benadering van de alchemie* het volgende: “De materie was voor de alchemisten een geheim, een mysterie. Het is een psychologische regel dat het onbewuste zich constelleert telkens wanneer een persoon wordt geconfronteerd met iets onbekends. Nieuwe psychische inhouden komen in het bewustzijn in de vorm van denkbeelden en vermengen zich met het onbekende object, dit schijnbaar tot leven brengend en begrijpelijk makend. Dit gebeurde er met de alchemisten. Wat zij ervoeren als eigenschappen van de materie was in werkelijkheid de inhoud van hun eigen onbewuste. De psychische ervaringen die zij hadden als zij werkten in hun laboratorium kwamen hun voor als het speciale gedrag van de chemische stoffen. Hoewel de speciale zorg van de beoefenaren kan worden beschouwd als een een serieuze poging om de geheimen van de chemische omzettingen aan het licht te brengen, was het tegelijkertijd en vaak in overweldigende mate, de weerslag van een parallel verlopend psychisch proces.

In de alchemistische symboliek drukten de uitdrukkingen van een innerlijk transformatieproces zich uit in pseudo-chemische taal. Zo kwam het dat de alchemist nog een tweede mysterie projecteerde op het mysterie van de materie, dat hij poogde te verklaren, te weten zijn eigen onbekende psychische achtergrond”.

“De alchemisten zijn in de loop van de eeuwen nooit op het idee gekomen dat ze een projectie najoegen en dat ze hoe meer zij aan de materie toeschreven, zich des te verder verwijderden van de psychische bron van hun verwachtingen”, (Jung VW 5-159).

In de analytische psychologie en therapie neemt de droominterpretatie een belangrijke plaats in. Dit vereist kennis van symbolen* die in mythen*, sprookjes* en sagen* en ook in de alchemistische literatuur voorkomen, omdat in dromen deze symbolen ook bij moderne mensen optreden.

Symboolbetekenissen

De symboolbeschrijvingen vragen kritische aandacht. Een bepaald psychisch verschijnsel kan zich uitdrukken in verschillende symboolbeelden. Eénzelfde symboolbeeld kan bovendien uitéénlopende betekenissen dragen in verschillende contexten. Dit brengt met zich mee dat symboolbeelden geen vaste betekenis bezitten. Steeds opnieuw zal naar de meest waarschijnlijke betekenis van een symboolbeeld in droom*, mythe*, sprookje* en alchemistische tekst dienen te worden gezocht.

Jung heeft tijdens de ontwikkeling van de analytische psychologie veel aandacht en energie besteedt aan het verschijnsel alchemie. Met name in de periode van 1928 tot 1944 heeft hij dit verschijnsel uitvoerig bestudeerd. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat zoveel (ruim 200) teksten door één persoon zijn bestudeerd met het oog op de betekenis van de teksten. De resultaten van zijn 45 jarig onderzoek zijn neergeschreven in zijn Collective Works: deel 12. Psychology and Alchemy, deel 13. Alchemical studies en deel 14. Mysterium conjunctionis. De methode van onderzoek was die van ‘Liber librum aperit’, (Lat): Het ene boek opent het andere. Door verder te lezen wordt het eerder gelezene begrepen. Iedere alchemist had zijn eigen symboolgebruik en eigen symboolaanduidingen in geschrifte. Men nam wel symbolen van andere alchemisten over maar gaf er dan vaak een eigen betekenis aan. Als er al geschreven werd lazen de collega’s elkaars manuscripten nauwelijks. Er werd overigens wel stevig gecopiëerd uit elkaars werk. Het geheel van de primaire alchemistische literatuur werd zo een inconsistent geheel.

De vele alchemistische geschriften brachten voor Jung, die de psychische modaliteit als uitgangspunt en onderzoeksobject nam, een schat aan gegevens, die hij in de toetsing van zijn hypothesen over structuur en functie van de psyche kon aanwenden. Hij beschouwde het alchemistische proces als een uitbeelding van de individuatie*, de zelfontplooiïng van de mens.

Deel II

Psychische modaliteit: De fasen van het alchemistisch bewerkingsproces

Het werken van vele alchemisten gedurende 18 eeuwen laat zien dat de vele pseudo-chemische proeven de behoefte opriepen naar een verklarende context, waarin de resultaten onderling samenhangend kunnen worden geplaatst en begrepen. De verleiding om de kerkleer daarvoor te gebruiken bleek groot. De psychische modaliteit werd tijdens de geschiedenis van de alchemie niet onderscheiden. De wetenschappelijke psychologie begint pas bij René Descartes, 1596-1650. George Ripley, ca. 1420-1490, was de meest invloedrijke Engelse alchemist, die aanvankelijk theologie studeerde in Rome en Leuven. Hij onderscheidde 12 typen alchemistische bewerkingen. Zijn werken waren: The Compound of Alchymy, 1471, Medulla alchimiae, 1476 en Cantilena, dat Jung grondig bestudeerde.

De vier elementen werden beschouwd elk te beschikken over twee van de vier eigenschappen eigenschappen droog, nat, warm en koud. Door het veranderen van een eigeschappen kon men het ene element in een ander element doen transmuteren, veronderstelde men.

De bewerkingsfasen* worden door een aantal auteurs betrokken op de vier elementen en op de Dierenriemtekens, maar niet elke auteur legt dezelfde relaties tussen elementen en dierenriemtekens. De relatie tussen bewerkingsfasen en dierenriemteken is in veel gevallen tegenstrijdig naar het oordeel van astrologen. We kiezen de relaties volgens George Ripley in de twaalf fasen die Ripley onderscheidt in het alchemistisch bewerkingsproces:

  1. Calcinatio: Zuivering, Ram, element Vuur. De Prima materia* werd gezuiverd door verwarming en verpulverd. De natuurlijke warmte wordt hersteld door het vocht aan de stof te onttrekken zonder deze te verbranden. De levende geest in de materie wordt door het vuur gescheiden van de dode stof. Psychologisch: Een rustige eerste oriëntering brengt de gelegenheid om overzichtelijke plannen te gaan maken voor een verdere bewerking;
  2. Solutio: Oplossen, Stier, element Aarde. De stof wordt opgelost in ‘water dat de handen niet nat maakt’. De oplossing moet tot stand worden gebracht met het vocht van de maan en het proces van stolling met de hitte van de zon. Op de gravures* over dit onderwerp verdrinken koningen en koninginnen, vorsten, nymfen en hermafrodieten in badkuipen of zwemmen levend in vijvers rond. Maar wie verdrinkt in een alchemistische oplossing komt zeker later weer levend en gezond en zeer verbeterd door deze ervaring opduiken. Psychologisch: Het hanteerbaar en doorzichtig proberen te maken van de vage problematiek;
  3. Separatio: Scheiding, Uiteenstelling. Schorpioen, element Water. De fijne stof wordt van de grove stof gescheiden, om na vele herhalingen de uiterst fijne quinta essentia*, de’goddelijke’ essentie, te verkrijgen. Het betreft een scheiding tussen zwaardere, vaste stoffen die in de vloeistof bezinken en dampen die gaan zweven tussen lichaam en ziel. Psychologisch: Actief overgaan tot het gerichte denken om hoofd van bijzaken te scheiden en daarna de analyse doorzetten om de gevonden hoofdzaken te categoriseren en deze daarna samenhangend in een context te plaatsen;
  4. Coniunctio: Vereniging. Tweeling, element Lucht. Tegengestelde factoren moeten tot eenheid worden gebracht en wel zo dat deze niet verbranden of verdampen als ze aan een vuurproef worden onderworpen in het goed gesloten hermetisch* vat. Het kan betreffen twee, drie of vier stoffen die verbonden dienen te worden, b.v. dikke en dunne stoffen, vaste stof en damp, zwavel en kwik. Psychologisch: een dialectische* benadering om na te gaan of er op een hoger abstractieniveau een enigezins helderder structuur in de waarnemingen is aan te treffen en deze dan te expliceren (onder woorden brengen);
  5. Putrefactio, Verrottingsproces, Kreeft, element Water. Een voortgaand ontbindingsproces van bestaande vormen is de absolute voorwaarde om via transformatie- en regeneratie-processen tot nieuwe vormen te komen. Deze fase leidt tot het tot stand brengen van de ontbinding van samengestelde substanties onder warme en vochtige omstandigheden. De vochtige substantie wordt daarna van vaste substantie gescheiden. De tekst ‘Indien de graankorrel in de aarde valt en sterft, brengt zij veel vrucht voort’ (Johannes 12:24) wordt bij deze fase vaak geciteerd. Psychologisch: De groei van kind naar adolescent, van adolescent naar volwassene en van volwassene naar ouderdom dient niet te worden geblokkeerd. Houdingen en affiniteiten die in voorgaande levensfasen de facto hun functie al verloren hebben, werken het overgaan naar de volgende levensfase tegen (bv sterke ouderbinding, drang om jezelf te bewijzen);
  6. Coagulatio: Stremming, Stolling, Boogschutter, element Vuur. De ijle dampen in de retort worden verdicht en tot condensatie gebracht. De vloeibare stoffen worden in een vaste toestand gebracht. Er ontstaat dan een homogene substantie. Zou dat de Witte Steen kunnen zijn? Psychologisch: De haast achter zich laten, want haast is uit de duivel. Gezegend zij altijd de geduldige. Men kan nu rustig bezien hoever men al is en nagaan of men niet over of naast het doel heeft geschoten. Haast verstoort de oordeelsvorming;
  7. Cibatio: Voeding. Leeuw, element Vuur. Het proces, de Steen in wording, moet voorzien worden met de nodige ingrediënten. Onder andere met de melk van de Maagd Maria. De inhoud van de retort dient rustig te worden gemengd en geleidelijk verwarmd. Dit proces van mengen maakt de inhoud van retort murw en leidt tot een neerslag van onzuivere stoffen. Psychologisch: Leeft men niet te éénzijdig met de inzet van slechts één van de vier functies van het Ego, bijvoorbeeld denken? Een egofunctie die zich uit het verband van het geheel van de vier (denken, gevoelen, waarnemen en intuitie) egofuncties losmaakt en onafhankelijk wordt, leidt tot disharmonie. Leeft men niet te opgejaagd en gestrest waardoor men dingen over het hoofd ziet, doordat de egofuncties niet in harmonie zijn;
  8. Sublimatio: Verheffing, Verhogen, Weegschaal, element Lucht. Een veredelingsproces van de stof waarbij droge deeltjes tegen de wand van het vat gaan kleven, waarbij de stof toeneemt in pracht en kwaliteit zoals wanneer de maan tot zon zou worden. Dit proces duurt veertig dagen, analoog aan het verblijf van 40 dagen van Christus in de woestijn. Het is ook gelijk aan de duur in weken van een zwangerschap. Psychologisch: Het loslaten van de aanvankelijke context en nagaan of de betekenis van de verschijnselen niet op een ander niveau en/of in een andere context en onder een andere belichting een helderder betekenis kunnen krijgen en toenemen in verklarende kracht. Het beleven van een goede en blijde stemming met het besef op de goede weg te zijn. Het ervaren van opgekomen nieuwe inzichten om verder te kunnen gaan;
  9. Fermentatio: Gisting. Steenbok, element Aarde. Het inwerken van lucht op de materie om er de delen van te scheiden en de vorm ervan te veranderen. Bij het maken van de Steen der Wijzen diende deze bewerking aan de stof dat bepaalde ‘iets’ mee te geven waardoor de Steen der Wijzen tot stand kan komen. Een toevoeging is te vergelijken met gist dat een heel meelbrood tot gisting kan brengen en die er een extra kwaliteit aan toevoegt, die er tevoren niet was. Psychologisch: Het werk welbewust meer gericht voortzetten. Zijn er lessen te trekken uit het voorafgaande? De zorgvuldigheid dient te worden vergroot door een nauwkeuriger formulering en verdere helderder bewustmaking;
  10. Distillatio: Het doen lopen van vocht, Maagd, element Aarde. Distilleerkolven waren al bekend in de vierde eeuw zoals blijkt uit tekeningen in Grieks-Egypytische teksten. De meer vluchtige delen van een vloeistofmengsel worden bij een zorgvuldig geregelde warmtetoevoer verdampt en afgevoerd naar een verder weg geplaatste koel gehouden kolf waarin condensatie plaats vindt. Er vindt een scheiding van lichte, fijnere vloeistoffen, van zwaardere vloeistoffen en vaste stoffen plaats. Met het aantal herhalingen van de distillatie neemt de zuiverheid toe, was de voorstelling van de alchemist. Er vindt zo een stijging en daling plaats in het hermetisch afgedichte vat. De ‘ziel’ van de materie scheidt zich van het lichaam van de materie. Hermes Trismegistos* , de legendarische grondlegger van de westerse alchemie schreef op zijn Tabula Smaragdina*: “Stijg met de grootste omzichtigheid van de aarde op naar de hemel en daal wederom af naar de aarde, verenig de krachten van het hogere en het lagere. De duisternis zal van U wegvluchten”. Psychologisch: Een voortgaande bewustwording en het verwerven van een helderder inzicht en overzicht leidt tot een rustige beslissing over de wijze hoe het leven voort te zetten. De volgende twee bewerkingen van 11 en 12 hebben een virtuele, buitenwerkelijke aard. Er is nooit een Steen der Wijzen tot stand gekomen in de meer dan twintig eeuwen alchemistische praktijk;
  11. Multiplicatio: een vermeerdering van de Steen der Wijzen, Waterman, Element Lucht. Een verveelvuldiging van de Steen der Wijzen vanuit zichzelf, zonder dat daaraan van buitenaf ook maar iets wordt toegevoegd. Eventueel dienen vorige handelingen te worden overgedaan om de omvang en kwaliteit van de steen te vergroten of te verhogen. Psychologisch: Ben ik niet te naïef bezig geweest en geloof ik voorstellingen te zien die al vooraf en door anderen aan mij zijn verteld en die nu onherkend als zodanig door mijn waarnemingen heen lopen? Hallucineer ik niet?
  12. Projectio: Projectie, Vissen, element Water. Het naar buiten werpen van onbewuste inhouden op het werkelijkheidsbeeld. De vorming van de Steen der Wijzen zou in deze laatste fase dienen plaats te vinden. Het toevoegen van Steenschraapsel aan onedel metaal zou door de transmutatiekracht van de Steen dit lood, ijzer of tin tot een staat van volmaaktheid brengen, d.w.z. in goud doen veranderen. Psychologisch: Het realiseren dat men een onmogelijk doel, een ‘mission impossible’, heeft nagestreefd en de fysieke werkelijkheid heeft losgelaten. Bij een projectie werpt men onbedoeld de bewustzijnsinhoud, de subjectieve processen, uit naar de buitenwereld en wel op de inhoud van de retort en de alchemist beseft dit projecteren niet. Tot dit inzicht zijn alchemisten nooit gekomen. Kennelijk waren de verwachtingen zo sterk in de culturele context gevestigd dat het projecteren niet werd opgemerkt. Projectie is geen wilsdaad. Het moet als vermoeden door het Zelf worden aangereikt aan het bewustzijn. Alchemisten hebben een aantal succesverhalen bedacht en rondverteld waarbij het goudmaken zou zijn gelukt. Deze fictieverhalen deden onfortuinlijke alchemisten weer bemoedigd aan de slag gaan.

Deel III

Keuze van veel voorkomende alchemistische symbolen*. In de alchemistische symboliek wordt een wezenlijk deel van de menselijke psyche, met name het onbewuste deel, uitgedrukt. De vier elementen* en drie principes werden gesymboliseerd door:

Vier elementen:

  1. Aarde: De Griekse moedergodin Moeder Aarde, Gaia*; de Romeinse godin Tellus; de Egyptische god Chnoem*;
  2. Water. De Griekse god van de zee Poseidon*; de Romeinse god van de zee Neptunus;
  3. Lucht. Adelaar*;
  4. Vuur. Het is een omvormende kracht. Vlammende draak*, Degen, Zeis, Salamander*.

Drie Principes* (gehypostaseerde krachten in het alchemistisch proces):

  1. Zwavel: is van aard mannelijk, actief, warm, vuur, droog. Symbolen: Zon en Koning;
  2. Kwik: is van aard vrouwelijk, passief, koud, water, vloeibaar, brij, materie. Symbolen: Maan en Koningin;
  3. Zout der wijsheid: Het verenigingsmiddel tussen de beide andere principes, vergelijkbaar met de priester die een huwelijk voltrekt. Volgens Paracelsus, 1493-1541, behoedt dit principe het lichaam voor bederf, verval en veroudering. Het is een interne zon die de mens het Lumen naturae*, licht van de natuur schenkt. Zout is kosmisch van aard. Het is onontvlambaar en vast. Het kan smelten en wordt in as aangetroffen.

Christelijke alchemisten vereenzelvigden de drie principes met de Goddelijke Drie-eenheid.

Overige symbolen volgens de alchemisten

  1. Adelaar: betekent omhoog gaan. Zie bij Vogels;
  2. Anima mundi*: Aan deze geest wordt een bolvorm en soms een cirkelvorm toegeschreven. Het is een afschaduwing van God die zijn centrum overal heeft en de omtrek van de cirkel nergens;
  3. Azoth: Het universele geneesmiddel. De naam is samengesteld uit de eerste en laatste letter van het Hebreeuwse, Griekse en Latijnse alfabet. Steen der Wijzen, Bacchus, Dionysos* Grondstof van de Steen der Wijzen;
  4. Bad en Fontein: Wijst naar de zuivering van de metalen (Fons Mercurialis) zilver en goud. Het is ook een symbool dat naar het levenswater, levenselixir verwijst. Dit symbool verwijst ook naar Christus als de Bron des Levens;
  5. Basilisk*: (Fabeldier Slangdraak) het metaal tin;
  6. Bevolkte bol: Planeet. Geheime oven. De vrucht van het werk van de alchemist;
  7. Beer*: Associatie met droog en vast. Symbool van het gevaarlijke aspect van de prima materia*, oerstof;
  8. Boot: Een reis per boot vormde het symbool voor het gevaarlijke, alchemistische avontuur;
  9. Bijenkorf en bijen: Verwijst naar de oerstof met associatie naar koud;
  10. Chaos: Eerste ongedifferentiëerde grondstof;
  11. Christus*: Steen der Wijzen;
  12. Cirkel: circulatio. Het betreft de fase distillatio waarbij het water door verwarming opstijgt als damp (ascendus) en na afkoeling aks zuiver water zonder de bijmengsels weer neerslaat (descendus). Het water is dan zo zuiver geworden dat het beeld Gods zich er ongewijzigd in weerspiegelt. De zuivering van het water is ook een symbool voor het tot rust brengen van de psyche;
  13. Corpus subtile: Het verlichte opstandingslichaam dat zowel lichaam als geest is. Dit was hetgeen de alchemie in laatste instantie zocht;
  14. Degen of Zeis: Wijst naar het element Vuur;
  15. Diepte der zee: en daarin de Koning der Zee: De diepe laag van het onbewuste waar de instincten en archetypen verblijven. ‘Red de Koning uit de diepte der wateren en U zult een kostbare schat ontvangen;
  16. Draak*: Het oudste figuurlijke symbool in de alchemie, dat gevaar aangeeft. Hij verschijnt als Ouroboros*;
  17. Duif: De Heilige Geest. Ook wel aangeduid met ‘de vogel van Hermes*’;
  18. Duivel: Symbolisch voorgesteld als slang, draak, raaf, leeuw, basilisk;
  19. Eenhoorn*: Een fabeldier dat een symbool is voor de figuur Mercurius*;
  20. Ei: De oermaterie. Een ei bevat aarde (schaal), water (eiwit en dooier) en lucht (luchtkamer). Door broeden komt er een kuiken uit. Het potentiële wordt dan actueel. Het ei is symbooel van het hermetisch of filosofisch vat;
  21. Everzwijn: De oerstof waaruit de elementen worden gevormd;
  22. Fontein: Bron van het elixir, levenswater.
  23. God zien, Visio Dei: Dit drukt uit het komen tot de perfectie van het Grote Werk;
  24. Graan: dat in moeder aarde vergaat en daarna tot bloei komt (Joh. 12:24);
  25. Hermaphrodiet: Een tweeslachtig wezen waarin zowel of Rebis* zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen aanwezig zijn. Het drukt de verbinding uit van het mannelijke principe Zwavel met het vrouiwelijke beginsel Kwik. De uitbeelding is soms een gecombineerde man-vrouw figuur, soms een dubbele adelaar met een witte en zwarte verschijning;
  26. Hert *: Verwijst naar kwikzilver wegens snel reageren op gevaar;
  27. Homunculus*: Klein mensje. De nieuwe geboorte, de geestelijke geboorte van de mens door inwijding. Hij verwijst evenals de kabier* naar onbewuste vormende krachten. Manneke Pis is een homunculus beeld, dat wijst op de kinderlijke urine als Prima Materia;
  28. Holle eik: Verwijst naar de athanor, de oven van de alchemist;
  29. Huwelijk: De verbinding van de principes Zwavel en Kwik;
  30. De Egyptische Godin Isis: Zij verwijst naar de spiritus Godin Isis mundi* en het element aarde;
  31. Een rode Koning en een witte koningin: De principes Zwavel en Kwik. De figuur van de koningin komt overeen met de anima;
  32. Kind in purper gekleed of gekroond: Verwijst naar de Steen der Wijzen;
  33. Koning gevoed door de Zon: Het dominerende bewustzijn. Door het onbewuste kan de’koning’ worden verslonden;
  34. Leeuw: Wijst op gevaar. Evenals andere wilde dieren, waaronder beer* en draak*, wijst ook de leeuw op psychisch latente affecten die komend uit het onbewuste het bewustzijn kunnen overspoelen. Symbool van de duivel;
  35. Leeuw, groene leeuw: Een transformatievorm van de figuur Mercurius, wiens onbegrensd vermogen tot transformatie wordt geroemd;
  36. Ladder: Dit symbool verwijst naar de opvolging van de fasen van het alchemistisch proces;
  37. Levenswater: Aqua* nostra, libido, psychische energie;
  38. Maan: metaal zilver;
  39. Man en Vrouw: De principes Zwavel en Kwik;
  40. Mercurius: Levensgeest (spiritus vitae), soms wereldziel, spiritus mundi*, die boven de oerwateren zweefde. In de oudheid werd de wereld van de stof gevuld met de projectie van een psychisch geheim. Deze geestesstof zit, evenals kwikzilver onzichtbaar in de erts. In de gecompliceerde figuur van Mercurius domineren de archetypen Wijze, oude man en Anima;
  41. Nachtelijke zeereis: Een bekend Egyptisch symbool. Het verwijst naar het herstel van het leven en de opstanding uit de dood;
  42. Nous*: Een gnostisch symbool van de goddelijke geest en de geest van de volstrekte vrijmacht, die van boven uit de sferen is gekomen en die beneden in de stof gevangen is geraakt;
  43. Osiris: God van de Nijl en van het element Water;
  44. Pad*: Een ambivalent symbool. De pad is een giftig dier en schenkt ook levenswater. Het dier is een symbool van de baarmoeder. Pad die over de grond kruipt een symbool van het creatieve onbewuste. De adelaar die verbonden is met de pad die door de lucht vliegt symboliseert de vluchtige stoffen en de pad de vaste stoffen;
  45. Pauw: Een oud-christelijk symbool van de Verlosser. De pauw is nauw verwant met de Phoenix;
  46. Pauwenstaart*: De veelkleurigheid van de staartveren. Cauda pavonis van de mannelijke pauw worden vergeleken met de inhoud van de laboratoriumkolf, wanneer die veel kleurig is geworden tijdens het werk. De veelkleurige staart is een symbool van psychische heelheid, d.w.z. er is een evenwichtstoestand tussen het bewuste deel en het compenserende onbewuste deel van de psyche;
  47. Pelikaan: Symbool van de Steen der Wijzen. Eeuwenlang dacht men dat pelikanen hun jongen voeden met hun eigen bloed. In werkelijkheid leegden zij hun krop om hen te voeden;
  48. Phoenix*: Een vogel als een adelaar die na een periode van 500 jaar van Arabië terugvliegt naar Egypte en zich daar verbrandt. Na drie dagen komt er uit de as van de beenderen weer een nieuwe vogel Phoenix te voorschijn. Hij wordt rood afgebeeld en verwijst naar de laatste fase van het proces. De phoenix is een gelijkwaardig symbool als de pelikaan en de jonge getrouwde koning opgesloten in het filosofisch ei.
  49. Prima materia*: Lood. De oermaterie waarin de vier elemen ongeordend zijn gemengd. Deze materie bevat een geest, die ten slotte als Heilige Geest werd geinterpreteerd, in harmonie met de oude gnostische traditie ook als nous*. De alchemist wil deze geest, die het leven en de ziel van de aarde is, bevrijden;
  50. Pijl: Symbool van de Zwavel;
  51. Quintëssentia: De zuivere geest die uit de materie komt door herhaalde distillatie. Het steeds verhoopte en nooit bereikte ‘ene’;
  52. Roos: De goddelijke gratie. De Steen der Wijzen. In de middeleeuwen was de roos het symbool waarvoor elders in de wereld de mandala werd gebruikt;
  53. Salamander*: Hij ontstaat uit het vuur van de geest;
  54. Schat: De mogelijk te bereiken kostbaarheid, bedoeld is de Steen der Wijzen. Psychologisch: bedoeld is een voltooide actieve individuatie;
  55. Schildpad: Symbool van het instinctieve aspect van het onbewuste. De alchemist gebruikte schilden van schildpadden als deksels op het hermetische vat;
  56. Slang*: Drie slangen verwijzen naar de drie principes. Slang die zich in zijn staart bijt, Ouroboros, drukt de eenheid van het Grote Werk uit en Verwijst soms ook naar het Kwik. Ouroboros* beeldt de staartverslinder de oermaterie, de prima materia, uit. Soms draagt hij het onderschrift: ‘Het Ene, het Al’, De alchemist belijdt daarmee dat het Grote Werk uit één zaak voortvloeit. En weer tot het Ene wordt teruggeleidt. Het proces heeft een circulair karakter;
  57. Spiritus mundi*: De wereldgeest die boven de oerwateren van vóór de schepping zweefde;
  58. Roest, kopergroen: werd gezien als een ziekteuiting van het metaal;
  59. Steen der Wijzen: Eindproduct. Zie deel III. De heilige steen. Het Gezegende. De Steen bestond uit dierlijke, plantaardige en minerale bestanddelen. Het is een symbool van het archetype Zelf en het resulaat van het individuatieproces;
  60. Uil: Symbool van de occultist die met zijn intuïtie dingen doorziet die voor gewone stervelingen in duisternis zijn gehuld;
  61. Vat: Plaats waarin het alchemistische proces zich afspeelt. De ketel was bij voorkeur eivormig en werd vas mirabule, wonderbaarlijk vat genoemd. Als symbool van het vat werden o.m. de menselijke schedel gebruikt, de levenschenkende vrouwelijke baarmoeder, het graf, het ei, het zwaard, eern donkere holle boom of grot*. Er treedt niets in van buiten het hermetisch* gesloten vat want dan zou de inhoud bedorven raken. Het vat had dit gemeen met de magische oergroeve, sulcus primigenius*, die een heilig gebied afgrenst van de buitenwereld en dit beschermt;
  62. Vogels: Adelaar, feniks, gier, raaf zijn symbolen van gedachten, ideeën, invallen, fantasieën, intuïtieve ideeën en gedachtenvlucht;
  63. Vuur. Een symbool van de instinctieve wereld diep in het onbewuste waar de vurige bron van het leven kan worden gevonden en waaruit de Steen der Wijzen kan ontstaan.Uit deze vuurbron stroomt de zich voortdurend vernieuwende levenskracht en de warmte, het geheim van de hartstocht. In het Evangelie van Thomas komt voor de uitspraak van Jezus, een symbool van het archetype Zelf, ‘Wie Mij nabij is, is het vuur nabij; en wie ver van Mij is, is ver van het Koninkrijk der Hemelen.’
  64. Wolf: Een der basisbestanddelen van het werk dat met ‘antimoon’ wordt aangeduid;
  65. Zaad van Venus: kopergroen;
  66. Zon: Alle soorten leven. Goud;
  67. Zwaan: Associatie met warm, vochtig, en vloeibaar. De witte kleur van de zwaan wordt geassocieerd met de witte fase van het pseudo-chemische proces, albedo;
  68. Zwarte Raaf: De corbus niger, zwarte raaf stelt de putrifactie voor die dient plaats te vinden voordat de geest, vaak uitgebeeld als adelaar, de materie kan verlaten.

Deel IV

Jung en de alchemistische symbolen

‘Wat de alchemist in de retorten ziet of denkt te zien zijn voornamelijk de ervaringen en beelden uit zijn eigen onbewuste die hij erin projecteert’. Jung beschouwde de alchemie als een door projectie in beeld gebracht proces dat de ontwikkeling van een persoon laat zien die bezig is zich te gaan onderscheiden van zijn collectief (gezin, familie, clan, stam, volk) en uitgroeit tot een zelfstandig en volwassen individu waarvan de potentiële kwaliteiten bezig zijn zich te ontplooien. Deze evolutie van de persoonlijkheid noemde hij individuatie*.

Jung liet zich leiden door de symbolen en fantasieën die zijn patienten uit hun dromen beschreven en die opmerkelijke overeenkomsten vertoonden met de alchemistische symboliek, en die in mythen, sprookjes en oude mysterie-godsdiensten. De alchemistische symbolen leven nog in het onbewuste van de moderne mens.

Jung legde de alchemistische symbolen uit door hun mogelijke psychologische inhoud te beschrijven. In het visioen van Arisleus, beschreven in Rosarium Philosophorum, paart Gabricius met zijn zuster Beya. Elders in de literatuur wordt incest, bloedschande, vermeldt tussen vader en dochter, moeder en zoon, broer en zus. In de alchemistische opvatting heeft dit symbool betrekking op een terugkeer tot Moeder Aarde, de oermaterie, de bron van het leven. Jung bschouwt dit bloedschandemotief in de alchemie als een uitbeelding van de overweldiging van het bewustzijn door het onbewuste, dat als een draak wordt uitgebeeld.

Het collectieve onbewuste wordt in symbolen weergegeven als de zee* waarvan de oppervlakte een scheiding aangeeft tussen bewustzijn (licht) en onbewuste (duisternis). Het beeld van een bos* wordt ook gebruikt als symbool van het onbewuste. Een Lichtung, loo, een open plek in het bos of woud verwijst naar het bewustzijn.

Het centrale archetype* Zelf* is een autonome, creatieve en sturende psychische kracht, die in staat is tegengestelde onbewuste krachten bijeen te brengen en te organiseren. Dit archetype kent geen tijd. Het bezit entelechie*. In de alchemie wordt het Zelf beschouwd als vrouwelijk van aard daar de gestalten van het Zelf in droom en sprookje vaak gracieuze feeën*, sirenen* en lamia’s* zijn. Echter ook als een hermafrodiet*, een rebis* waarin de tegenstelling man en vrouw is samengesteld. Het Zelf is het één in al, Hen to Pan. Het bewustzijn wordt geacht mannelijk van aard te zijn. Als symbool van het Zelf wordt ook de boom* gebruikt in de alchemie. De boom suggereert stevigheid en bestendigheid. Bomen bieden voedsel en bescherming en zijn met hun wortels stevig in de aarde geplant en reiken met hun takken tot de hemel. Zij bieden een beeld van een verbindingweg tussen het onbewuste en het bewustzijn.

De Prima materia is ook een symbool voor het archetype Zelf. Dit bevat in potentie het goud*, het aurum non vulgi* en het levenselixir*. Het is de bron van psychische energie en begeleidt de groei en ontplooiïng van de psyche.

Het archetype Zelf bevat en verbindt de tegenstellingen in zich. Daar zijn de tegenstellingen in evenwicht. Het is een hechte eenheid. Maar zodra het onbewuste zich manifesteert in het bewustzijn begint er een splitsing in tegenstellingen. Het wezen van het bewustzijn is onderscheiding. Terwille van de bewustheid scheidt deze de tegenstellingen van elkaar. In de Akkadische mythe is de oermoeder Tiamat* het symbool van de eenheid en is zij uitgebeeld als een draak. Haar kleinzoon Mardoek weet haar te doden en in twee delen te scheuren. Uit haar bovenste helft schiep Mardoek het hemelgewelf en uit haar onderste helft de aarde.

Symbolen van het autonome archetype Zelf zijn’de moeilijk bereikbare kostbaarheid’ in de diepte van de zee of in de aarde waar alleen een moedig mens bij kan komen, (Mattheus 13:44); de ommuurde temenos*, symbool van bestendigheid in tegendraadse omstandigheden, die in de alchemie wordt aangeduid als ‘tuin der filosofen’; de fontein met ‘levend water’ (Johannes 7: 38); de magische metgezel (Lucas 24:13-35, en Koran soera 18); de mandala, de Steen der Wijzen; de rode tinctuur of levenselixir en ‘het goud der filosofen’.

De angsten die optreden als de alchemisten hun werk benaderen en beleven vanwege de grillige vuren, kans op brand, giftige dampen en explosies drukken wel de fysieke gevaren uit, maar deze schaarse incidentele gebeurtenissen kunnen niet verklaren dat zoveel alchemisten en zo vaak en herhaaldelijk zich hierover uiten. Zij werkten vaak lang en eenzaam in hun duistere werkplaats. De gevaren zijn waarschijnlijk psychisch van aard en verwijzen naar het besef van ontoereikendheid van de mens, het moeizaam integreren van de delen van de persoonlijkheid, de depressieve perioden, teleurstellingen, mislukkingen, verlies van perspectief en de vrees voor gevaarlijke en boze machten die tijdens de psychische groei en integratie kunnen optreden. Deze angsten worden wel als slang of draak uitgebeeld.

Het al te duidelijk zijn in woord en gesprek kon de alchemist geestelijk in strijd brengen met de kerkleer en mogelijk daardoor als ketter worden beschouwd. Hij verkoos als bescherming de geheimhouding.

Quaterniteit. Als het bewustzijn actief wordt, wordt de buitenwereld of binnenwereld waargenomen en wel met de vier egofuncties* tegelijkertijd. De vier elementen van de alchemie verwijzen naar deze vier functies. Het denken* vraagt: wat is er?; het gevoelen* vraagt: wat betekent het voor mij? Is het gevaarlijk, gunstig, nuttig?; het gewaarworden* vraagt naar het werkelijkheidsgehalte en de invoelende intuïtie* vraagt waar komt dit object vandaan en waar gaat het naar toe ? De intuïtie wordt door archetypen bepaald. In dromen treden de vier functies wel gepersonifiëerd op. Het overheersende denken wordt dan uitgebeeld als een man met een puntbaardje.

De ladder wordt als alchemistisch symbool gebruikt voor de fasen van het alchemistisch proces. Jung beschouwd de ladder als een symbool voor het proces van verwerking van het onverwerkte ervaringsmateriaal uit de jeugd, dat door de drukte van het leven achter is gebleven.

In de beschouwing van de Griekse filosofen heeft de psyche een bolvorm. In de alchemie diende het vat de bolvorm te hebben, gelijkend op de menselijke schedel waarin de ‘anima intellectualis* zetelt.
Schip. Het schip is het voertuig dat de dromer, dat hem als pelgrim over de zee voert. Het is een symbool van het collectief onbewuste en geeft tevens de diepte van dit onbewuste aan. In het Boeddhisme spreekt men over het kleine en grote voertuig. In de Egyptische mythe gaat de zonnegod’s avonds in het westen scheep en vaart over de oeroceaan om des ochtends weer in het oosten present te zijn voor een nieuwe zonsopgang.

Cirkel, Wiel. Rad, Mandala (betekent cirkel), pottenbakkersschijf zijn symbolen van heelheid, d.w.z zij wijzen naar een evenwicht tussen het bewuste en onbewuste, compenserende deel van de psyche. Inhoudelijk verwijst het naar de eigenschapppen gelijkmoedigheid, gehoorzaamheid, bescheidenheid, gelijkmatigheid, en nederigheid. Deze eigenschappen kwam de lezer al tegen bij de ethische modaliteit als toelatingseisen tot leerling-alchemist.

De alchemie, opgekomen in de collectiviteit van de primitieve geestestoestand, beschrijft in symbolentaal, die in West-Europa doordrenkt was met kerkelijke beeldspraak, de manier waarop de inhoud van het onbewuste zich moeizaam en volhardend een toegang zoekt naar het bewustzijn. Het bereiden van de Steen der Wijzen langs een pseudo-chemische weg werd vermengd met onbewuste psychische inhouden in de vorm van projecties. Door de religieuze dimensie van de alchemie leidde het symbool van de Steen der Wijzen tot een identificatie met Christus. Een analogie wordt in het primitieve denken niet of nauwelijks onderscheiden van een identificatie.