- Jung’s psychologie - http://www.jungspsychologie.nl -

Symbolisch beschouwen

Posted By admin On april 19, 2008 @ 3:29 pm In Artikelen | Comments Disabled

De mens leeft in een wereld van symbolen.

C.G. Jung.

Over antieke en klassieke culturen

Met de term antieke cultuur worden al díe culturen aangeduid, die niet beïnvloed zijn door de klassieke cultuur van de Grieken en haar filosofen van omstreeks 400 voor Christus. De klassieke culturen zijn gekenmerkt door het gaan zien van veel heil en vertrouwen in exact objectief onderzoek.

De meeste antieke culturen waren vóór de Griekse cultuur opkwam al hun hoogtepunt voorbij. Dit waren vooral de culturen rondom de Middellandse zee waaronder de Oud-Egyptische, de culturen van de West-Aziatische volken, waaronder de Babylonische in Mesopotamië, en de Avesta cultuur van Perzië. Ook de (stam)culturen van Afrika en Azië die eeuwenlang nauwelijks invloed hebben ondervonden van de Griekse wijze van beschouwen worden tot de antieke culturen gerekend. Over de Egyptische cultuur is het meest bekend door de ontcijfering van de hiëroglyphen door de Franse egyptoloog Jean Francois Champollion*, 1790-1832. Aan de hand van zijn overzicht van het door hem beschreven hiëroglyphisch systeem (1824) en zijn grammatica van het Egyptisch (1840) werden alle papyri opeens leesbaar voor onderzoekers.

Voor de westerse mens, sterk beinvloed door de klassieke cultuur, blijkt bij verdere studie hoe ontoegankelijk, moeilijk inleefbaar de sterk conservatief gebleven antieke wereld eigenlijk blijkt te zijn en hoe moeizaam zij haar geheimen prijs geeft. Voor westerse mensen zijn de symbolen uit de antieke culturen moeilijk te begrijpen en moeizaam invoelbaar vanuit het heersende wetenschappelijk wereldbeeld dat zich uitdrukt in heldere begrippen. De voorstellingen van de krachten, die onze verre voorvaderen tot stand brachten om er hun wereldvisie mee op te bouwen, zijn al lange tijd niet meer de onze. Onze doeleinden en richtingen van belangstelling zijn totaal verschillend geworden.

Dimensies van een wereldvisie

Het nader ingaan op de antieke culturen is ingegeven doordat de wereldvisies van deze culturen vrijwel geheel door mythische symbolen worden uitgedrukt. De onverklaarbare en soms bedreigende werkelijkheid wordt ervaren met een kosmisch levensgevoel en in beeldende symbolen uitgedrukt. De mens heeft een sterke behoefte om een greep te krijgen op de geheimen van leven en de hem omgevende wereld en gebruikt daarbij symbolen. (afbeelding 1)

De antieke visie op de werkelijkheid betreft het ervaren van de omgevende natuur met de daarin levende fauna en flora en de weersomstandigheden met donder, bliksem, regenval en de vruchtbaarheid van de akkers en het vee. De bedoeling was niet zo zeer om de natuur te beheersen maar om er in harmonie mee te kunnen leven.

Een tweede dimensie brengt het besef mee deel uit te maken van een sociaal collectief (familie, stam, volk) met o.m. de hiërarchische verhoudingen van de families, de manier van levensonderhoud, arbeidsverdeling, huwelijksopvattingen, agressieregulatie en de verhouding met de omringende stammen.

Als derde dimensie zijn er de onzichtbare machten die de krachten van de mens te boven gaan. Deze worden gelocaliseerd in een bovennatuurlijk gebied, waarin het eeuwige heerst. Waar tijd en ruimte die de tijdelijke wereld van natuur en volk kenmerken, geen maat meer zijn. Het is een gebied dat buiten het menselijk waarnemingsbereik valt en voorbij het denken ligt. Deze niet-empirische werkelijkheid kent ook bedreigende aspecten. Inzicht in en verklaring van deze bovennatuurlijke gebieden kan bevorderen dat mensen in harmonie met elkaar en met het universum leven.

Ieder volk heeft behoefte aan betekenisgeving aangaande zijn omgevende wereld. Een aantal mysteriën zijn dan voorlopig ‘verklaard’. Men voelt zich in zijn broze leven minder bedreigd en minder onveilig. De innerlijke wereld van de mens komt dan samen met de mogelijkheden van de buitenwereld en brengt hem in harmonie met de natuur, samenleving en met de geesten en goden.

De klassieke cultuur

De oorsprong van het begrip symbool*.

Het woord ‘symbool’ bestond in de vroege periode in de antieke culturen nog niet. Het is van latere datum t.w. uit de klassieke cultuurperiode die in Griekenland begon omstreeks 800 v. Chr. met de verhalen van de Ilias en de Odyssee.

In de wereld van de symboliek kwam een grote verandering tot stand door het werk van de grote Griekse filosofen van na 400 v. Chr. Zij kwamen tot een andere wijze van beschouwen van hun wereld. Zij vergrootten de afstand tussen waarnemer (subject) en het waargenomen (object) en scheidde deze fors van elkaar. Dat gaf de waarnemer een goede gelegenheid om het object zorgvuldig en nauwkeurig te bezien, de waarnemingen vast te leggen en deze later nader te analyseren. Men trachtte de persoonlijke, gevoelsmatige betrokkenheid van de waarnemer bij het waargenomen object te verminderen. Men neigde naar objectivering. Zo stuitte men ook op de vraag wat een symbool eigenlijk was.

De betekenis van de ontworpen denkwetten werden benadrukt. Men ging over tot het denken in begrippen.

Een begrip is een denkeenheid met een éénduidige, duidelijk omschreven inhoud die onderhevig is aan de wetten van de logica. Men wilde de samenhang tussen de waargenomen objecten met het denken begrijpen en de denkresultaten in een samenhangende theoretische en logische context plaatsen. Van de mythische beelden deed men zoveel mogelijk afstand. Men ging steeds meer heil zien in exact onderzoek. Dit laatste werd en wordt in de antieke culturen niet of nauwelijks aangetroffen.

Culturele Symbolen

Culturele Symbolen die bedoelen een oriëntering in de omringende wereld te brengen. In Genesis 2 vers 20 lezen wij hoe Adam, de eerste mythische mens in de christelijk mythologie, al spoedig aan het werk is gegaan en namen gaf aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds. Hij ging aan de slag om enig grip te ontwikkelen op zijn ingewikkelde buitenwereld. Nu is namen geven aan concrete zaken een gemakkelijk begin. Bij een voortgaande oriëntering over de aardschijf waarop de mens woonde, over het uitspansel die zijn wereld naar boven begrensde en de oeroceaan die zijn aardschijf omspoelde en mogelijk ook drijvende hield, kom je met alleen namen geven niet helemaal uit. (afbeelding 2)

De gravure geeft een beeld van de wereld zoals dat tientallen eeuwen gefunctioneerd heeft bij de oriëntering in het omgevende landschap.

De belangstelling ging ook uit naar een onderwereld en een onwaarneembare, bovennatuurlijke wereld, die al boven de boomtoppen werd vermoed. In de bovenwereld heersen de goden die zich aan de mens openbaren door dromen en visioenen. In de antieke buitenwereld zijn er veel verschijnselen die de mens tot symboolvorming brengen.

Hoe meer de primitieve mens waarnam en ervoer des te ingewikkelder werd de voorstelling van zijn omgevende werkelijkheid. Want eerst is er de ervaring en daarna komt de naam. Pas wanneer hij de passende ervaring, beleving heeft gehad bij het te duiden verschijnsel en dit als werkelijk en echt bestaand heeft aangevoeld werd het ingevoegd in zijn wereldbeeld.

Definitie van symbool.

De mens beschikt over een symboolscheppende functie die hem behulpzaam is bij het in beeld brengen van zijn wereldvisie. Volgens Jung tracht een symbool met het gekozen beeld of uitdrukking de best mogelijke aanduiding te geven voor een betrekkelijk onbekende feitelijkheid waarvan men het bestaan erkent. De betrokken feitelijkheid kan voorlopig niet duidelijker of op een andere wijze worden aangeduid. Een symbool is levend zo lang het zwanger gaat van betekenissen die het naar zich toegetrokken heeft en sterft wanneer er een betere en vollediger weergave gevonden is van de ervaren feitelijkheid.

In de beleving van de beschouwende, gelovige mens is het symbool vaak de bovennatuurlijke ‘werkelijkheid’ zelf in zoverre zij zich openbaart en zich doet gelden.

Elk symbool draagt een sluier om zich heen omdat het de feitelijke krachten maar deels benoemd. Het onuitgebeelde deel blijft verborgen. Een mysterie is zo de kern van elk symbool en geeft daaraan een suggestieve kracht.

Als regel worden symbolen in beelden uitgedrukt. Het kan ook plaats vinden in symbolische gedachten, gevoelens, handelingen en situaties. Het symbool wordt aangevoeld maar wordt nog niet nauwkeurig bewust gekend. Het suggereert, het laat iets doorschemeren dat nog vaag voor ons is en dat meer inhoudt dan de meest directe en voor de hand liggende betekenissen die het draagt. Vele dingen die buiten het bereik van het menselijk begrip staan worden in symbolen uitgedrukt. Een symbool stelt het bewustzijn in op de mogelijkheid van een diepere betekenis van de beschouwde zaken, die hij door zijn aandacht heeft gekozen.

Het symbolisch denken is verwijlend en niet voortschrijdend. Het symbool is een geisoleerde wereld, die niet in een reeks is op te nemen.

Vormingsproces van culturele symbolen

Een symbool is een natuurlijk en spontaan product dat wordt gevormd zowel vanuit het onbewuste als het bewuste deel van de psyche. Er is altijd een directe instelling op de werkelijkheid. Zoals een plant zijn bloem voortbrengt, zo schept de psyche haar symbolen. Archetypische en instinctieve krachten nemen tesamen met de egofuncties : waarnemen, denken, gevoelen en een creatieve intuïtieve verbeelding deel aan dit vormingproces. Er is sprake van een intiem worden met de dingen in de buitenwereld. Een intimiteit tussen subject en object blijft in stand doordat deze ondergronds met elkaar verbonden blijven. De Franse socioloog en psycholoog L. Lévy-Bruhl noemde deze psychische toestand die gekenmerkt is door een korte afstand tussen subject en object ‘la participation mystique’*. Dit geeft veel symbolen een speels karakter. Een aantal diepe inzichten, liefdevolle overwegingen, vluchtige invallen en ervaren gevoelens worden tijdens de vorming gemengd en poëtisch samengesmolten. Symbolen gedijen in een aandachtig, doorleefde situatie.

Bij de Griekse mythische symbolen is tevens de deelname van artistieke creativiteit duidelijk op te merken. Zij verheerlijken de menselijkheid, de roem en schoonheid van de jeugd. Het symbolisch denken blijft bij het symbool verwijlen. De meerzinnige betekenis van het symbool ligt binnen de verwante wereld van het door het symbool aangegeven gebied. Het draagt meerdere betekenissen die hierop betrokken kunnen worden. Het symbolisch uitbeelden leidt als regel tot een opstapeling, samenvoeging van betekenissen van manifeste en latente aard.

De aard van symbolen is collectief van aard en wordt tot een duurzaam element van de gemeenschappelijke cultuur van stam of volk. Zoals het kruis bij de christenen en de halve maan bij de moslims. Door een beperkte toepassing van abstracties wordt er soms een overdaad aan symbolen gevormd. Het aantal bovennatuurlijke wezens in het hindoeïsme wordt in tienduizenden geteld.

In de antieke Romeinse cultuur tot 600 vóór Chr. was er sprake van een veelgodendom. Men zag de groei van plant en van een mensenkind niet als een ononderbroken, geleidelijk doorgaand gebeuren maar als een reeks van sprongsgewijze veranderingen, wonderen, als op elkaar volgende onderscheiden scheppingswerken, die ieder door een nieuw goddelijk ingrijpen door een aparte god werden bewerkstelligd.

Elke fase in de groei was een zelfstandig verschijnsel en niet uit het voorafgaande voortkomend en niet in het navolgende nawerkend. Van de bewerking van de grond tot het opbergen van het graan in de voorraadschuur bestemd voor consumptie namen ruim twintig verschillende natuurgoden deel aan dit groei-, rijpings- en opslagproces.

De groei van een menselijk individu van bevruchting tot aan de dood werd door ruim een tachtigtal goden en godinnen tot stand gebracht.

Beinvloeding van de veronderstelde bovennatuurlijk wereld.

Het creëren van een symbool dat betrekking heeft op de onzichtbare niet-empirische wereld waar de goden wonen en vanwaar zij hun invloed uitoefenen vergt creatieve fantasie om zich een voorstelling te maken van zo’n bovennatuurlijke wereld. Om een symbool tot stand te brengen wordt een element uit de zichtbare wereld gekozen dat geschikt wordt geacht door een verwante, ‘rijmende’ eigenschap om een veronderstelde kracht uit de bovennatuurlijke wereld vergelijkend te kenschetsen. Als voorbeeld:’Licht is slechts de schaduw van God’. Dit suggereert dat het licht van God enorm helder en fel zal zijn.

Bij een jagersvolk zal een andere symboliek tot stand komen dan bij een landbouwend volk.

In de ontworpen symbolische voorstellingen van de antieke wijzen over de wereld komen ook magisch causale verbanden voor.

Magie is een poging om het onmogelijke te verrichten, de afwezige als een aanwezige te behandelen, kosmische krachten tegen te houden (vulkaan) of op gang te brengen (regen)

Er werd uitgegaan van een goddelijke lotsbepaling. Van de uitkomst van elk besluit ligt de beschikking in de hand der goden. Maar de mens wenst er toch enige invloed op te hebben.

Voorbeelden van culture symbolen

Hieronder zijn culturele symbolen gekozen, omdat zij voorbeelden zijn van fundamentele elementen waarmee een wereldbeeld wordt opgebouwd. Het is een keus uit zeer vele symbolen.

De centrale thema’s in vrijwel elke cultuur zijn het onderhouden van de relatie met de bovennatuurlijke wereld, het regelen van de huwelijken, de voeding en de dood.

1. Het verschijnsel stromend water.

De aardschijf blijkt vooral dáár waar rivieren stromen geschikt te zijn voor menselijke bewoning. Er is dan irrigatiewater voor de landbouwakkers en drinkwater voor dier en mens. Zoals het water stroomt door de bedding van de rivier, zo stroomt het water door alle levende wezens. De bron van de rivier wordt als een mysterie gezien en toegeschreven aan de gunst van goden. Zo wordt de oorsprong van de Ganges, die Noord-India van west naar oost doorstroomt beschouwd als in beheer te zijn van de Vedische god Himavat, de vader van de godin Párwati die de vrouwelijke energie belichaamt van de god Shiva. Himavat betekent in het Sanskriet sneeuwtop. Hij is de god van het Himalayagebergte en zorgt voor het smeltwater waaruit de heilige rivier Ganges ontstaat op zijn zuidhelling. Later verschoof de religieuze aandacht naar zijn andere dochter Ganga, die de personificatie van de rivier werd. (afbeelding 3)

Zij wordt vaak afgebeeld met vier armen als een teken van haar goddelijkheid, Zij draagt een waterkruik als een symbool van vruchtbaarheid van akker, dier en mens. Dagelijks baadden vele duizenden pelgrimgangers in de rivier om tot een staat van zuivering te geraken. De as van overledenen wordt in de Ganges verstrooid in de heilige rivier om (via de Brahmapoetra) terug te keren naar de oerwateren (de golf van Bengalen), een symbool van het collectief onbewuste. Dagelijks wordt door vele mensen in de heilige rivier gebaadom zich naat lichaam en ziel te zuiveren. (afbeelding 4)

Over de wereld kennen wij een aantal rivieren die aanleiding gaven tot uitgebreide cultuurvorming in hun stroomgebied. Egypte wordt beschreven als een geschenk van de Nijl. Ook de Nijl is heilig en werd beschouwd als een gedaante van de god Osiris, die zorgde voor de jaarlijkse overstroming na de uitbundige regenval in de zuid-oostelijke regenwouden van Afrika. De slibafzetting maakt de akkers weer vruchtbaar.

Verder zijn er de bekende culturen langs de Eufraat en de Tigris in het huidige Irak, langs de Jordaan in Palestina, de Yang-Tze Kiang, de gele rivier in Zuid-China, de Mekong in Vietnam, de Congo in Afrika en langs de Rijn en Donau in West-Europa.

2. Het verschijnsel vruchtbaarheid van plant, dier en mens.

Jagerscultuur. Voor de jager is de vruchtbaarheid van het dier van wezenlijk belang voor zijn voortbestaan. Hij mag zijn jachtgebied niet overbejagen. (afbeelding 5) Een eskimoos verhaal vertelt over de godin Sedna, de ‘Majesteitelijke Vrouwe’ die de heerseres is over de dieren en hun vruchtbaarheid. Zij bestuurt het leven van de zeehonden en zeeleeuwen. Deze dieren kunnen in veel zeegebieden hun voedsel (vis) zoeken, maar zijn niet alle gebieden voor de vissers met hun kajaks bereikbaar. Als het slecht gaat met de jacht op zeezoogdieren, wordt verondersteld dat deze enige godin, die zij kennen en die de levende eigenares is van de zeezoogdieren, deze dieren naar voor de vissers onbereikbare gebieden heeft gestuurd om te broeden en hen daar enige tijd vasthoudt buiten het bereik van de vissers. Dit leidt tot het brengen van offers om de godin Sedna te bewegen om de dieren in het bereik van de vissers terug te laten keren. Het symbool is de godin die het leven van de zeezoogdieren bestuurt. Het is een godin omdat de vruchtbaarheid in vrijwel alle culturen als een vrouwelijk verschijnsel wordt opgevat.

Landbouwcultuur.

Een symbolisch beeld uit Oud-Egypte over de vruchtbaarheid van planten. (afbeelding 6)

Het voedingsgewas, tarwe wordt bevloeid met Nijlwater door de koehoofdige, vruchtbaarheidsgodin Hathor. De jaarlijkse overstroming van de Nijl werd beschouwd als een stimulerende daad van de god Osiris die groeikracht geeft aan plant, dier en mens. Het irrigatiekanaal is aan de onderzijde zwart getekend. Het akkerveld is in de tekening in plaats van horizontaal naar vertikaal opgeklapt om het graan te laten zien. De godin Isis, gehuwd met de hoofdgod Osiris, is in vogelgestalte boven het groeiende koren te zien en geeft daaraan haar zegen. Een zwakke overstroming leidt tot hongersnood. Het verhaal van Jozef in Genesis 39 tot 50 licht dit toe. De voorspellende droom van de Farao met de symbolen van vijf vette en vijf magere koeien werd door Jozef goed uitgelegd. Bij een zuinige overstroming komen de uitgehongerde en dorstige dieren uit de woestijn naar de dorpen toe, hetgeen door de bewoners wordt ervaren als een bezoeking door kwade geesten in diergestalte

De symbolen zijn: de koegodin Hathor die haar medewerking geeft aan een goede oogst door het schenken van voldoende irrigatiewater. De godin Isis brengt tot uitdrukking dat het geven van leven en groeikracht in de macht van de goden ligt.

3. Een door de goden ingestelde levensorde.

Er wordt in elke wereldvisie uitgegaan van een alomvattende goddelijke levensorde waarin de zichtbare en onzichtbare wereld in één samenhangende visie zijn opgenomen. Deze heilige, kosmische orde werd in Egypte met de aardgodin Maät symbolisch aangeduid. De waarheid en gerechtigheid werd verpersoonlijkt in de figuur van deze godin. Zij beheerst het regulerende ordeningsprincipe dat de kosmos regeert en tevens de sociale en morele orde aanstuurt. Zij waakt over de naleving van de goddelijke en menselijke wetten. Zij regelt zowel de beweging van de sterren aan de hemel, de afwisseling van dag en nacht evenals de gang van de seizoenen. Zij vormt de tegenkracht ten aanzien van de machten van de chaos,(entropie). Als godin van de gerechtigheid neemt zij deel aan het dodengericht, waarbij de rechtvaardige personen van de onrechtvaardige worden gescheiden en overeenkomstig behandeld.

(afbeelding 7)

Een analoog symbool in de Hindoemythologie is de god Vishnoe die de kosmos bestuurt en behoedt. Hij zorgt dat de kosmos zijn loop kan voltooien. Hij rust drijvend in de melk- of oeroceaan op de slang Ananta die een symbool is van de eeuwigheid. Te Bodh Nilkanta in de buurt van Kathmandoe, Nepal is een openlucht tempel uit de achtste eeuw gelegen waar Vishnoe in een diepe rust verkeert, languit slapend op een bed gevormd door de slang Ananta in een vijver. Hij wacht op wat geen mens nog weet, namelijk het juiste tijdstip waarop deze beschaving zal vergaan. Aan het einde van de cyclus zal de wereld ondergaan en zal de god Shiva een nieuwe kosmos tot stand brengen. (afbeelding 8)

Deze beide symbolen, Maät en Vishnoe, dragen bij aan het rustgevend besef dat er stabiliteit heerste en heerst in de samenleving en hun wereld.

Een ander symbool dat verwees naar de onderlinge hechte samenhang van de orde van de wereld van de natuur, van de samenleving en van de de bovennatuurlijke wereldgebieden was het kleed. Dit symbool wordt aangetroffen in de Oud-Egyptische en Babylonische mythen. Met zijn schering (lengtedraden) en inslag (dwarsdraden) vertoont een kleed een zeer hechte samenhang en vormt een bestendig geheel van lange duur.

4. De held als vuurbrenger

(afbeelding 9)

De vuurdiefstal is een universeel mythisch thema en een populair wereldwijd verhaal. De vuurdiefstal uit de godenwereld verheft de mens boven het dier. Als men des nachts in de bossen bent steekt men een vuur aan. Dat houdt de dieren op een afstand. Een dier is niet met vuur vertrouwd. De Griekse heldenmythe van Prometheus die het vuur naar de mensheid bracht en daarmee beschaving bracht, is bij ons het meest bekend. Het vuur maakte opeens de bereiding van voedsel veel rijker. De god Zeus wilde de mensheid het vuur niet geven. ‘Laat ze hun vlees maar rauw eten’, zei hij. Prometheus haalde met hulp van de godin Pallas Athene het vuur van de godenberg Olympus en verborg dat in een vlierstok op weg naar de wereld van de mensen. Hij heeft zwaar voor zijn vuurdiefstal moeten boeten. Zeus liet hem aan een rots vastketenen. Dagelijks vrat een arend aan zijn lever totdat hij door de held Herakles werd bevrijd van de rots.

Een held wordt gedreven door zijn roeping om een volk of een mens te redden of een idee te steunen. Hij betreedt een gevaarlijk pad dat zo scherp is als een scheermes, zegt een Hindoetekst. Een held offert zich op om een weldaad uit te voeren en probeert zijn moed te behouden bij zijn terugkeer naar zijn volk en wereld. Het avontuur is een symbolische uitingsvorm van karaktervorming.

De symbolen die in dit verhaal voorkomen zijn: de held die de grenzen van zijn cultuur verlegd en deze op een hoger niveau brengt. Het verwijst naar de dynamiek in de cultuur. De wrede, rancuneuze god Zeus toont de dreigende kant van zijn goddelijkheid. Het afschrikwekkende aspect (tremendum) van het heilige komt hier tot uitdrukking. Het optreden van de tweede held Heracles die de eerste bevrijdt van de wrede straf van de oppergod schept hoop op de voortgezette culturele ontwikkeling.

5. De berg als woonplaats van de goden.

De afstand tussen de aardschijf en de gebieden boven ons is het kleinst op de top van hoge bergen. Deze toppen worden vaak als heilig beschouwd en worden gezien als ontmoetingsplaats tussen de godenwereld en de mensenwereld, soms wordt de bergtop beschouwd als woonplaats van goddelijke wezens. Het is een grenslijn tussen de zichtbare en onzichtbare wereld. De berg is als symbool van goddelijke nabijheid wereldwijd verspreid

Als voorbeeld kan dienen de vulkaan Foedjijama ten zuiden van Tokio in Japan. In de Shintoreligie zijn veel elementen in de natuur heilig, waaronder bergen. Deze besneeuwde berg wordt als woonplaats van de godin Sengen-Sama beschouwd. Zij is één van de vijf berggoden. Zij heeft haar altaar hoog op de helling. Hierheen trekken jaarlijks circa 200.000 gelovige bedevaartgangers om in deze godin de rijzende zon te vereeren met een offer. (afbeelding 10)

In Exodus 19 lezen we de ontmoeting van Israels leider Mozes met de god van het volk Israel op de berg Sinaï, waar hij de twee stenen tafelen van de wet uit Gods handen ontving. Hierop waren een tiental ge en verboden geschreven.Op de Griekse berg Olympus woonden een twaalftal goden, die onderleiding van Zeus de wereld bestuurde. (afbeelding 11)

In de Indiase mythologie wordt de wereldberg Meroe zowel als middelpunt van de wereld als de wereldas beschouwd. Aan de berg onderscheidt men een onderste laag waar de demonen wonen en een bovenste deel waar Indra, een oppergod uit het Vedische pantheon, met nog andere goden woont.

Het Oud-Chinese wereldbeeld kent vijf heilige bergen. Eén in het centrum en vier liggen gerangschikt naar de vier windstreken.

6. Machtsverdeling in de wereld.

Er bestaan maar twee bestuursmogelijkheden om volken doelmatig te besturen. De oudste en meest voorkomende is de feodale, absolute machtsvorm en de tweede is van jongere datum en ontstaan sinds de Franse revolutie in de achttiende eeuw, de democratie.

De macht werd voor het ontstaan van de eerste aanloop van de antieke democratie in het Oude Griekenland rond de zesde eeuw v. Chr. vooral uitgeoefend door feodale vorsten. Er was frequent sprake van machtsmisbruik door de adelijke bovenlaag. De dictatoriale neiging van de vorsten meenden zij te kunnen rechtvaardigen door de heerser voor te stellen als een incarnatie van een godheid. President Soekarno werd op Bali beschouwd als een incarnatie van Vishnoe. In Nepal wordt de koning eveneens beschouwd als een incarnatie van deze hindoegod.

(afbeelding 12)

Op de tekening ziet U de Germaanse oppergod Wodan zittend als een vorst op zijn troon. Hij heerst over de wind en de geest. Zijn raven Hoegin (gedachte) en Moenin (geheugen) informeren hem over alle gebeurtenissen op de wereld. Zij halen hun informatie uit waarnemingen opgedaan door uit te vliegen naar de uiteinden van de aardschijf. Zij vormen het kosmisch geheugen van Wodan. De wolven brengen de bovennatuurlijke krachten van de duisternis (tremendum) in beeld waarover deze god beschikt.

De waardigheid van de vorst, die heerste bij de gratie van de goden bracht mee dat hem magische en bovennatuurlijke krachten werden toegekend, evenals de beste inzichten voor het gunstig besturen van het land. Hij vertoont kenmerken zowel van de vaderfiguur, van de oude wijze man als van de held. Zijn functie was het brengen van welvaart, voldoende voedsel en veiligheid ten aanzien van de omringende vijanden. Zijn troon vertegenwoordigde de relatie tussen God en de koning en met het volk. De vorst op zijn troon vormde het middelpunt van het vorstendom. Andere attributen van de vorst waren zijn kroon en zijn scepter.

7 . De schepping.

Bij ontbreken van betrouwbare kennis is het scheppen van een voorstelling over het ontstaan van de wereld overgelaten aan de creatieve fantasie. Door de bezinning over de oorsprong van de wereld, de mens en de natuur rijst er een behoefte aan een verklaring. Er zijn langs de weg van fantasie tientallen scheppingsmythen tot stand gekomen. Er zijn voorstellingen waarbij de kosmos door een goddelijk woord is geschapen uit het niets, zoals in de voorstelling die leeft in Ruanda. Anderen veronderstellen een schepping vanuit een chaotische begintoestand. Een watervogel duikt op bevel van een god de diepe wateren in en komt met een pootje modder weer boven, waaruit de god dan de schepping verder tot stand brengt. In Oud-Egypte is bekend de mythe van de god Nun. (afbeelding 13 ) In een papyrustekst staat vermeld: ‘Nog was er geen plaats waarop Nun staan kon. Hij was alleen in de wateren, die alles vulden’. Hij verzamelde van de bodem van de wateren het materiaal en hij bouwde daarmee onder de waterspiegel een heuvel. Dit werk zette hij voort totdat de heuvel boven de waterspiegel uitkwam. Dat werd de oerheuvel. Dit eerste stukje droog land was een bergeiland waarop Nun vaste grond onder de voeten kreeg. Vanaf dit eiland kon hij zijn scheppende arbeid voortzetten. Hij maakte eerst het eiland naar alle kanten groter. Daarna dook de zonnegod Re voor het eerst uit de wateren op. Nun wordt afgebeeld als een man met een baard die tot aan zijn middel in het water staat en die met zijn opgeheven armen de zon ondersteunt. De zon ontstond vanzelf uit Nun.

De psychologische duiding kan als volgt zijn. Het oerwater is een symbool van het onbewuste, de oerheuvel is een symbool van het ego en de zonnegod Re brengt het bewustzijnsveld in beeld.

In de later gebouwde pyramiden vinden wij het motief van de oerheuvel terug. Als de Nijloverstroming aanwezig was bleven de pyramiden de enige duidelijk zichtbare heuvels in het landschap.

8. Laatste oordeel

Evenals over het begin van de wereld is ook gefantaseerd over een eventueel einde ervan. Het betreft een mythische weergave van het hierna maals. Gevoelsmatig is het een zure zaak als menig mens hard moet werken voor zijn dagelijks brood en een crimineel met zijn onrechtmatig verkregen buit feest viert in de Spaanse zon. Daar schiet de aardse gerechtigheid tekort en dient het hemelse gerecht de zondaar te straffen.

In de Hindoevoorstelling komt het oordeel na de dood tot uiting in een reïncarnatie van een betere of slechtere gedaante, al naar gelang het mee gebrachte karma, het batig saldo van goede en slechte daden en gedachten, dat aangeeft.

In de Oud-Perzische voorstelling dient een overledene de Chinvat-brug over te steken om aan gene zijde te komen. De mens met goede daden bezit vaak, zonder het te weten, een engel in de hemel, zijn Daênâ, een mooi jong meisje. Zij vormt het religieusvisionaire orgaan van zijn psyche. Dit hemels ik, zijn doodsanima, is gevormd uit zijn goede daden en goede gedachten. Als iemand sterft komt zijn Daênâ hem in het hiernamaals op de Chivatbrug tegemoet en begeleidt hem naar gene zijde. De zondaren kunnen niet over de messcherpe lat lopen en vallen in de afgrond ten prooi aan de verslindende demonen.

(afbeelding 14)

In de islam leeft een verwante voorstelling. De doden dienen de Shirat-brug over te steken,’die dunner is dan een haar, scherper dan een zwaard en donkerder dan de nacht’. De vromen komen er snel ‘als de bliksem’ overheen.

In het oude Egypte kwam de overledene terecht bij de rechtbank van de god Osiris. Zijn hart, het symbool van zijn menselijk verlangen, oprechte gevoelens en empatisch medeleven, wordt gewogen op de ene schaal terwijl op de andere helft van de weegschaal de vogelveer van de god Maät wordt gelegd. Deze vogelveer symboliseert het zich los maken van de aarde. Als er geen evenwicht is wordt het hart aan een verslindend monster gegeven. In het andere geval wordt de overledene begeleid naar het land der goden. Zo komt de één tot marteling en de ander tot zaligheid.

De Brug als een symbool in meerdere contexten.

De Perzische chivatbrug en de islamitische Shiratbrug hebben betrekking op de overgang van het leven naar het veronderstelde leven in het hiernamaals.

De brug kan ook een andere betekenis dragen en dan betrekking hebben op het overgaan van de profane naar de sacrale sfeer. De afstand tussen ongewijd en gewijde grond kan groot zijn en de kloof soms diep zoals bij de Griekse onderwereld die gescheiden is door brede rivieren de Styx, de Acheron en de Lethe. Om daar overheen te komen is de veerman Charon nodig.’De grond waarop men dan komt te staan is heilige grond.’

De brug kan ook slaan op de overgang van de ene levensfase naar een volgende, van adoslescent naar jongvolwassene. De Chinese illustratie van een brug over een diepe kloof wijst naar de overgang naar een volgende levensfase. Hierop duidt ook de song die Simon en Garfunkel zongen over ‘Bridge over troubled water’. The Ik in deze song is het Zelf, dat samen met de anima, silvergirl geheten, de mens op zijn weg door het afmattende leven steunt, troost en aanmoedigt in tijden van neerslachtigheid. Bij het tegenkomen van woeste rivieren zal het Zelf functioneren als een brug naar de overzijde. ‘He is on your side, He is sailing right behind’.

Literatuur.

  • Cavendish. R (red). Mythologie van de gehele wereld. Atrium.
  • Alphen aan de Rijn. 1991.
  • Darian, S. G. The Ganges in Myth and History. Calcutta. 1978.
  • David Fontana. De verborgen taal van het symbool.
  • Fibula. Magie, beeld en betekenis. Houten. 1994.
  • Frankfort, Henri. De levensopvatting van de oude Egyptenaren.
  • Amsterdam. 1950.
  • Ad de Vries. Dictionary of symbols and imagery. Amsterdam, 1984.
  • Simon and Garfunkel. Tekst van Bridge over troubled water.

Bridge over troubled water by Simon and Garfunkel

When you’re weary, feeling small,

When tears are in your eyes, I will dry them all;

I’m on your side, when times get rough

And friends just can’t be found,

Like a bridge over troubled water

I will lay me down.

Like a bridge over troubled water

I will lay me down.

When you’re down and out,

When you’re on the street,

When evening falls so hard

I will comfort you.

I’ll take your part.

When darkness comes

And pain is all around,

Like a bridge over troubled water

I will lay me down.

Like a bridge over troubled water

I will lay me down.

Sail on silvergirl, Sail on by.

Your time has come to shine.

All your dreams are on their way.

See how they shine.

If you need a friend, I am sailing right behind.

Like a bridge over troubled water

I will ease your mind.

Like a bridge over troubled water

I will ease your mind.


Article printed from Jung’s psychologie: http://www.jungspsychologie.nl

URL to article: http://www.jungspsychologie.nl/artikelen-over-cg-jung/symbolisch-beschouwen/

Copyright © 2008 Prof. Dr. M. Timmer. Alle rechten voorbehouden.